De baas van de parking
Ik zit in de deuropening van de camper en kijk schuin naar
beneden naar een kleine parking die vol staat met andere campers. Voor één van
de campers zit een dikke, vadsige kerel in een geel smoezelig shirt. Je ziet
het er niet aan af, maar deze man is vandaag de baas over de parking. Tenminste
dat vindt hij. Vanochtend draaiden wij samen met een kennis onze campers op de
parking. De overige kampeerders op de parking stonden in een mooie cirkel
opgesteld met uitzicht op de weg. Later die dag zouden hier de renners passeren
op weg naar de Col des Saissies. Ik geef toe, het was
misschien een beetje asociaal om onze niet zo klein uitgevallen bolides voor
hun neus te plaatsen, maar in de Tour moet je maar voor één ding zorgen en dat
is voor jezelf. De avond ervoor waren wij al de Col de la Colombière
opgereden op zoek naar een geschikte plaats, maar geen enkel plekje kon onze
goedkeuring wegdragen. Mijn vader wilde hem uiteindelijk ergens naast een
openbaar toilet parkeren, maar daar paste ik voor. Ik ga niet in andermans
zeiklucht staan. Uiteindelijk reden wij in het schemerdonker de Alp weer af, om
ergens langs de kant van de weg te overnachten. ’s Ochtends gingen wij alweer
vroeg op pad om onze zoektocht naar het mooiste plekje voort te zetten.
Uiteindelijk stuitten wij op de parking van de bazige Franszoos. De motor van
de camper draaide nog of Dikkie Dik stond al voor
onze neus kabaal te maken. Hoe we het in ons hoofd haalden om hier te parkeren?
We stonden niet eens bij hem voor de deur, maar hij voelde zich blijkbaar
geroepen om het voor zijn medeparkeerders op te nemen. Zijn vrouw hield zich
stilletjes op de achtergrond. De gemoederen liepen hoog op en een knokpartij
werd maar net voorkomen. Uiteindelijk besloten we maar eieren voor ons geld te
kiezen. Renner of toeschouwer, het maakt niet uit. In de Tour moet je vechten
voor je plek. Deze slag hadden we verloren.
dinsdag 13
juli 2010
Het moet niet gekker worden
De hele week
heb ik Koos amper gezien in de koers. Thuis achter de tv zat ik met mijn neus
bijna tegen het scherm aangedrukt. Zoekend naar zijn bekende houding: knieën naar
binnen, zijn hand vegend langs zijn neus, het hoofd ietwat scheef en natuurlijk
de bekende rood-wit-blauwe biesjes aan zijn mouwtjes.
Ik besloot samen met mijn vader en kinderen per camper af te reizen naar de
Alpen. Misschien had ik daar meer geluk om hem te spotten. Ik stond buiten in
de zon een handwasje te draaien, toen dochter Lynn
vertelde dat ze de naam van haar vader op televisie had gehoord. Ongelooflijk,
meneer had één van de zwaarste ritten uitgezocht om zijn snuit te laten zien.
Alsof dat geen echte liefde was! Vanaf dat moment waren wij de camper niet meer
uit te slaan. Samen met zijn medevluchters zat Koos nu in de laatste kilometers
van de verschrikkelijke Col de la Ramaz. Het zou niet
lang duren voordat ze hier voorbij kwamen. Opeens zag ik vanuit de camper over
de weg een Raborenner voorbij fietsen. De knieën naar
binnen, hand vegend langs de neus, het hoofd ietwat scheef en rood-wit-blauwe biesjes aan zijn mouwen. Zijn rits hing
wagenwijd open en achter hem reed een motor. Ik werd helemaal gek. Verdomme,
zat ik hier in die camper gebiologeerd naar het scherm te staren, terwijl
buiten Koos onder mijn neus voorbij reed. Woest was ik en stampvoetend stond ik
in een seconde buiten. “Kooooooossss,” riep ik zo
hard mogelijk in de hoop dat hij me hoorde. Het publiek langs de kant leek me
uit te lachen. Ik snapte er niets van me, mijn reisgenoten keken me vreemd aan.
“Zeg, hij zit hier gewoon op de televisie hoor, hij is bijna boven,” hoorde ik
iemand zeggen. Pas na een minuut geloofde ik het. De tourkaravaan moest nog
voorbij komen. Ik weet niet wat er in mijn hoofd gebeurde, ik zag
waarschijnlijk wat ik wilde zien. Koos alleen aan de leiding. Pff, het moet niet veel gekker worden hier.
edithmoerenhout@hotmail.com
maandag, 12
juli 2010
De
armpjes van Andy
Het gaat een mooi sportweekend worden mensen, dat kan niet anders. De wielrenners die voor het eerst hun krachten gaan meten in de Alpen en natuurlijk morgen “onze” voetballers die de Spanjaarden voetballes gaan geven. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen echte voetbalfanaat ben. Net zoals vele andere Nederlanders begin ik pas te kijken als het Oranje legioen ver is doorgedrongen tot de finale. Tijdens één van de kwalificatiewedstrijden, ik geloof dat het tegen Japan was, ben ik doodleuk ’s middags mijn boodschappen gaan doen. Lekker rustig in de winkel. Gelukkig was ik net voor de 90e minuut binnen, want die allerlaatste beelden móet ik gewoon zien. Vanaf het moment dat de voetballers met beide handen de onderkant van het shirt beetpakken, zit ik op het puntje van de bank. Ja mannen, trek dat shirt maar uit. Mijn man is ook wel gespierd, maar da’s voornamelijk onder de gordel. Zo’n sixpackje zoals de meeste voetballers hebben, zou ik ook best in huis willen hebben. Dat ga ik trouwens niet tegen Koos zeggen, want dan krijg ik direct de wind van voren. Ik kan zijn commentaar al dromen. “Werk maar aan je eigen sixpack.” Joh, weet je wat ik me net zit te bedenken? Stel je toch eens voor dat ook de wielrenners aan het einde van de race hun shirtjes wisselen. De lange Bradley Wiggings (1.90 meter) die zich in het shirtje propt van Damiano Cunego (1.69 meter), of Thor Hushovd (83 kg) die uit de koerstrui van Contador (62 kg) scheurt. Misschien kan Koos wel een keertje met Cadel Evans ruilen? Zou best leuk staan zo’n regenboogshirt in de kast. Maar aan de andere kant, wat zouden wij dit weekend na Station des Rousses en Morzine-Avoriaz te zien krijgen? De dunne witte bovenarmpjes van Andy Schleck? Of misschien wel het graatmagere lichaam van Robert Gesink? Hmm, houd de shirtjes voorlopig maar aan heren. Ik kijk wel naar het sixpack van Mark van Bommel.
edithmoerenhout@hotmail.com
Zaterdag, 10 juli 2010
We
zijn maar marionetten
“Ik moet mezelf van
voren houden, het moet, het moet, het moet. Ahh, dit
gaat me niet meer lukken. Ben de hele dag al in de weer om Menchov
en Gesink voorin het peloton te houden. Telkens door
de wind naar voren met die mannen in mijn wiel. Daar komt weer een strook. Ohhhhh,verdorie, dit voelt echt niet lekker zeg. Dat geschokker aan mijn kont en mijn polsen. Wat doen we hier
eigenlijk zeg, wie heeft dit in vredesnaam bedacht? Zie ik er soms uit als Thor
Hushovd of Fabian Cancellara?
Gladde wegen moet ik hebben, mooi glimmend asfalt waar ik zestig kilometer in
het uur kan rijden. Ik rijd nog liever een berg op dan te moeten stofhappen
hier op die keien. Ach wat, we zijn toch maar marionetten van de organisatie.
Die willen spektakel gezien. Hoort er schijnbaar bij. Hadden ze zojuist even
bij Fränk Schleck moeten
gaan kijken, dan hadden ze spektakel kunnen zien. Voor hetzelfde geld valt een Contador of een Armstrong, heb je
meteen de hele Tour onthoofd. Ze doen maar, ik schokker wel door tot de finish.
Ik ga in ieder geval geen risico’s nemen op die geitenpaadjes hier. Is die
strook nou nog niet afgelopen? Als ik Joseph maar niet zie langs de kant. Ik
zie altijd iedereen, maar Joseph wil ik niet zien vandaag, dat is een slecht
voorteken. Hé, daar staat mijn pa! Ja, bijna twintig jaar geleden was ik blij
met Joseph. Reed ik Parijs-Roubaix bij de amateurs en
strandde ik met twee lekke banden moederziel alleen in dit armoedige landschap.
Iedereen reed me voorbij, niemand stopte om me te helpen. Ja, die motoragent
die een dorpje verderop nog wel een paar wielen zou regelen. Mooi niet, al het
reservemateriaal was op, heb niemand meer gezien. De bezemwagen was me allang
voorbij, het volk was weg. Geen idee hoe ik aan de streep moest komen. Toen
kwam ik Joseph tegen, een Belgische supporter, wilde me wel een lift geven. Hé hé, ik voel weer asfalt. Gelukkig, ik heb Joseph niet
gezien. Nog een paar stroken te gaan.”
edithmoerenhout@hotmail.com
Woensdag 7
juli 2010
Koos tovert zijn
zwembroek tevoorschijn
Of Koos wel wist dat hij zijn herhalingsrecept voor zijn hooikoorts bij de huisarts ook op een bandje kon inspreken? Nee, dat wist hij niet. Maar met het oog op de Tour legde Koos zijn verzoek liever in handen van de doktersassistente dan in handen van een anoniem bandje. “Ik moet volgende week namelijk naar Frankrijk,” gaf hij als verklaring. De vriendelijke dame werkte direct mee en wenste hem aan het einde van het gesprek een prettige vakantie en een goede reis toe. “Pff, een prettige vakantie…”, mompelde Koos toen hij de verbinding verbrak en schudde zijn hoofd, om er nog net niet aan toe te voegen: “Was het al vast maar voorbij.” (Tour de France renners beginnen op dag één namelijk al met aftellen!) Want met vakantie heeft de Tour de France helemaal niets te maken. Ook niet als je onder zomerse omstandigheden met de zeelucht in je neus door Zeeland heen scheurt. Zelf stond ik gisteren met de kinderen en mijn schoonfamilie op de Brouwersdam om een glimp van manlief op te vangen. Het leek me een ware kwelling voor hem, om zo dicht langs het Noordzeestrand, ons huisstrand, te moeten fietsen. Wij maakten het er al niet beter op voor hem, want daar stonden wij, lachend in onze badkleding met een koel flesje cola in de hand. Het zeewater droop haast nog uit onze haren en onze volgende stop was richting de ijscoboer. Groot was dan ook de schrik toen Koos pal voor onze neus keihard in de remmen kneep. Kon hij het niet meer aanzien, zoveel vakantieplezier? Even joeg de angstaanjagende gedachte door mijn hoofd, dat hij hier ter plekke zijn fiets in de berm zou leggen en onder uit zijn racebroek een zwembroek tevoorschijn zou toveren. Met alle liefde zou hij een heerlijk koel biertje aan zijn lippen zetten in plaats van een vieze plakkerige bidon met mierzoete sportvoeding. Gedaan was het met zijn tour. Gelukkig liep het niet zo’n vaart. Na ons allen een knuffel te hebben gegeven, vervolgde hij zijn weg. Hij heeft ongetwijfeld nog even aan de woorden van de doktersassistente gedacht. Fijne vakantie Koos, nog 21 dagen te gaan.
edithmoerenhout@hotmail.com
maandag, 5 juli 2010
Koos laat zich stevig
te grazen nemen
Zaterdag, 3 juli 2010
“Wat doe jij daar toch elke keer in Rotterdam?”
probeerde ik Koos laatst te ontfutselen. Hij keek me even fronsend aan en
murmelde wat. “Ehh, gewoon niks eigenlijk.” En hij
boog zich weer snel over zijn krant. Ik had natuurlijk kunnen weten, dat hij
hier geen antwoord op zou geven, want over duistere zaken praat je niet. Zeker
niet met je vrouw. Hij denkt misschien dat ik van niets weet, maar ik heb hem
heus wel door. Koos vertrekt regelmatig richting Rotterdam om zichzelf eens
lekker te laten afranselen. Ergens op een adresje aan de Mathenesserlaan
duikt hij naar binnen om eerst dwars door zijn ziel heen te laten kijken en
daarna… wordt hij stevig te grazen genomen door een kerel. Soms wel twee! Ze
pakken hem bij zijn nek, springen op zijn rug, sleuren aan zijn armen, sjorren
aan zijn ribben en trekken hem aan zijn rugvel het bed af. Totdat hij begint te
kraken en om genade smeekt, jaaa dan zijn die kerels
pas tevreden! Vervolgens weet Koos niet hoe snel hij de stad uit moet komen
terug richting de Welberg. Maar toch doet hij het elke keer weer opnieuw. Hij
vindt het gewoon lekker, die smeerlap. Ik zie het door de vingers, want ik
weet, Koos voelt er zich goed bij. Blijkbaar geven die kerels hem iets dat ik
hem als vrouw nooit zou kunnen geven. Als ik de blauwe plekken en rooie striemen weer op zijn lijf zie, weet ik dat het weer
bal is geweest daar in dat zaakje. Vreemd genoeg fietst hij daarna meestal de
klinkers uit de straat. Voelt zich herboren, alsof alles weer op zijn plaats
zit. Als het hem vandaag lukt om tijdens de proloog een topprestatie neer te
zetten, weet ik genoeg. Dan was het weer zover. Ik zie de rekening van de
haptonoom wel op de deurmat vallen.
edithmoerenhout@hotmail.com
Noeste
arbeid
Vrijdag, 4 juni 2010
Diep van binnen schaamde ik me. Tijdens mijn gesprek
met een hoogbejaard echtpaar, vertelde de vrouw me dat ze vroeger om half zes
in de ochtend al op het land zat om te werken. En als dan ’s avonds om een
uurtje of tien de zon onder ging, vond ze het jammer dat het niet nog een half
uurtje langer licht was. Had ze nog even fijn verder kunnen werken.
Tja, van zoveel arbeidsmoraal werd ik wel even stil.
Natuurlijk liet ik dit niet merken. In een flits vroeg ik me af welke noeste
arbeid ik allemaal in mijn leven heb uitgevoerd. Mijn hoofd bleef angstvallig
leeg. Natuurlijk heb ik voor en na de komst van onze twee kindertjes ook mijn
arbeidsuurtjes wel gemaakt. Maar ja, of je een beetje rammelen op een computer
werken kunt noemen? Zeker, na een dagje naar dat vierkantje staren ben ik
absoluut moe en af en toe heb ik behoorlijk de balen van die lichtgevende kast,
die me elke keer weer verleidt om nog maar eens mijn inkomende berichten te
checken. Ik snak naar echt werk! Je weet wel, iets met je handen doen of zo.
Bewegen met dat luie kantoorlijf. En daar horen vingerbewegingen zeker niet
bij!
Het zal deze onrust in mijn lichaam zijn geweest,
dat ik afgelopen week verlekkerd stond te kijken naar de zeven kuub grond die
ze deze week op onze oprit stortten. Yes! Alles moest
per kruiwagen richting de achtertuin en ik wist niet hoe snel ik mijn laarzen
moest aantrekken. Normaal ben ik de tuin niet in te slaan, want voordat ik al
mijn tuingereedschap heb verzameld, ben ik al tien keer gestoord door de
kinderen. “Màm, waar is mijn step? Màm, mag de poort open? Màm, ik
heb dorst! Màm ik moet plassen!” Hupsakee,
daar gaat mijn schoffel terug in de schuur.
Maar deze keer laat ik me niet afleiden. Zonder
pardon zet ik de kinderen achter de tv en stoom ik naar buiten. Ik hoor mijn
moeder in gedachten roepen: “Edith, doe je werkkleren aan!” Maar in mijn kast
hangt niets wat ook maar enigszins op werkkleding lijkt. Met de schop in mijn
hand, plant ik mijn nette laars middenin de zwarte grond en begin als een
bezetene te scheppen. Als mijn kruiwagen vol genoeg is, speer ik naar de
achtertuin. Na een aantal ritjes begint het zweet op mijn hoofd te parelen,
ontstaat er een blaar aan de binnenkant van mijn hand en beginnen mijn armen
behoorlijk pijn te doen. Mijn man slaat dit tafereel met een grijns op het
gezicht gade. “Goh, ziet er best lekker uit zo’n werkende vrouw.”
’s Avonds lig ik moe maar voldaan in de bank. De
computer raak ik niet meer aan. Wat denkt u, zou ik me nog om kunnen laten
scholen?
Edith Moerenhout
Wegdromen
is toegestaan
Donderdag, 13 mei 2010
Wat is hij nu weer aan het doen? Tussen het legen
van de vuilnisbakken door en het stofzuigen van de kamer, loer ik naar het beeldscherm
waarachter Koos zit te werken. Ik kan niet precies zien wat hij bekijkt, maar
ik zie wel dat het niets met zijn werk te maken heeft. Dat klinkt misschien
vreemd in de oren, een wielrenner die achter zijn computer werkt. Maar sinds
hij elke stap buiten de deur moet registreren, heeft Koos er een heuse
kantoorbaan bij. Als ik dichterbij kom, zie ik lieflijke boerderijtjes in een Toscaans landschap, mooie appartementjes in Umbrië, romantische olijfgaarden en verleidelijke
zwembaden. Hè? Ik ben helemaal verbaasd, want ik weet niets van een vakantie.
Zou hij me soms willen verassen?
Nu vertoeft hij deze maand wel voor een week of drie
in Italië, maar dat heeft niets met vakantie te maken. In tegendeel zelfs, de
enige olijf die hij tijdens zijn verblijf tegenkomt, is een geperst exemplaar
welke hij ’s avonds vermoeid uit een flesje over zijn dagelijkse portie pasta
laat vloeien. Als ik hem vraag waarmee hij bezig is, antwoordt hij: “Och,
zomaar even rondneuzen voor de lol.” Voor de lol? Wel ja, alsof hij niets beter
te doen heeft. Trainen of zo, of zijn fiets poetsen of gewoon in zijn bed
uitrusten. Je reinste zelfkastijding is het als je het mij vraagt. Want dat
oeverloze gesurf naar dromerige vakantieplekjes leidt
uiteindelijk helemaal tot niets. We gaan helemaal niet op vakantie naar Italië,
we zullen geen verse olijven proeven en we plonsen bij dertig graden Celsius
niet in een heerlijk koel zwembad.
Ik weet niet waarom ik zo pinnig reageer, het heeft
er waarschijnlijk mee te maken dat hij lekker op zijn gemakje zit weg te
dromen, terwijl ik me bezig houd met allerlei vervelende klusjes. Zou ik
misschien ook even… Nee! Ik moet nog strijken, moet de vaatwasser nog
uitruimen, moet nog een deadline halen, moet nog sporten, moet straks de
kinderen uit school halen. Ik moet, ik moet, ik moet, ik moet ………aaaahhhh@kejorpief j@kjkfljep!!!??!!...... Nu is het klaar, ik moet helemaal
niets meer!
En Koos moet blijkbaar ook even niets. Ergens snap
ik hem wel. Deze maand moet hij nog drie weken buffelen in het Italiaanse land.
Niks luieren in een stoel of een terrasje pakje op een piazza.
Gewoon keihard afzien en werken voor zijn kopman. Dan mag je jezelf toch wel
eens verwennen met een beetje dagdromerij?
Even twijfel ik nog, maar dan doe ik het gewoon. Ik
gooi mijn stofzuiger aan de kant en kijk verlekkerd zonder schuldgevoel met
Koos mee naar de meest luxueuze vakantiehuisjes. Ook al weet ik, dat ik dit
jaar niet eens in de buurt van Italië zal geraken. Maar in deze tijd van
plannen, afspraken maken, op de klok leven en takenlijstjes afwerken, gun ik
mezelf een momentje van rust. Want als ík er niet
voor zorg, wie doet het dan wel?
Waar is de rit
naar de zon?
Woensdag, 10
maart 2010
Ik kan mijn ogen niet geloven. Trek ik deze ochtend de gordijnen open, dwarrelt
er sneeuw naar beneden. Sneeuw in maart! Ik hoopte nog even dat ik in
dromenland was, maar de Sponge Bob-achtige
geluiden die de kinderen uit de tv op de slaapkamer weten te toveren, treffen
mij als een koude plons water in het gezicht. Geen twijfel mogelijk, ik ben
echt wakker en het sneeuwt voor de zoveelste keer deze winter.
Waarschijnlijk kijk ik nu net zo sullig als afgelopen weekend, toen Koos
vervroegd van zijn training terugkwam. Zeker last van de kou dacht ik nog. Maar
nee, Koos had onderweg een telefoontje gehad van de ploeg. “Ik moet naar Parijs-Nice!”, sprak hij met grote ogen. Parijs-Nice: De rit naar de zon. Hij wel!
Hoewel… de naam van deze koers klinkt veelbelovend, maar ik weet wel beter. Al
een aantal keren heeft Koos na thuiskomst van deze wedstrijd hard geroepen dat
hij hier nóóit meer zal rijden. Want die zon is in Parijs-Nice meestal ver te zoeken en die koperen ploert is
slechts een heimelijke fantasie tussen de oren van bibberende renners, die
regen en wind op weg naar het zuiden moeten trotseren. Waarschijnlijk ook voor
Koos nog geen zon.
Als ik met de kinderen op de fiets naar school rijd, prikt de natte sneeuw ons
uitdagend in het gezicht. Dit vraagt om een reactie, als die lente nu niet snel
komt, regel ik zelf wel wat! Buurman Toine is alvast goed bezig. Onverstoorbaar
treft hij in de sneeuw de voorbereidingen voor ons nieuwe zonnige terras. Zelf
race ik naar de delicatessenwinkel om een paar goede flessen Italiaanse
olijfolie te halen. Vanavond eten wij zomers! Bij elke hap van mijn pasta proef
ik het Toscaanse platteland: zoete tomaten en dikke
aubergines volgetankt met warme zonnestraaltjes.
Die middag neem ik zelfs een voorproefje op de voorjaarsschoonmaak. Hoe
wanhopig kan een mens zijn? Met een doekje zwiep ik het stof, wat er waarschijnlijk
al de hele winter ligt, van de ene plek naar de andere plek. Ziezo, opgeruimd
staat netjes. Mijn huis is klaar om de zon te verwelkomen.
Ook Lynn wentelt zich in het door onszelf gecreëerde
voorjaar. Waar ik met drie truien door het huis loop, huppelt zij vrolijk rond
in zomerjurkjes en bloemenrokjes. Het liefst speelt zij haar favoriete
personage uit een schreeuwerige tekenfilm na: Bloem. Hoe toepasselijk. ’s
Avonds duikt ze met een roze bloemetjeshanddoek het bed in en ook ’s nachts
zitten de bloemen nog in haar hoofd. Brullend staat ze naast haar bed en
reageert boos als ik haar bij de naam noem: “Ik ben Lynn
niet, ik ben Bloem en waar is mijn bloemetjeshanddoek?”
Maar al deze pogingen om de lente tot leven te wekken, vallen in het niet bij
de actie van mijn schoonouders. Zij waren duidelijk het slimst van ons allemaal
… en boekte gewoon een vlucht naar Torremolinos in
Spanje. “Wij drinken koffie op het terras, het is 20 graden,” lees ik in de sms
van mijn schoonvader.
Aaaahhh!!!!auei@2@!!ieowj. Vanavond geen scheut olijfolie door de pasta, maar
een hele fles!
Edith
Moerenhout
Ik kan het nog
steeds?
Maandag, 8
februari 2010
Tranen
rollen over mijn wangen en de ijspegels hangen zowaar aan mijn neus. Waar ben
ik in godsnaam mee bezig? Een rondje fietsen bij drie graden Celsius, dan moet de
nood wel erg hoog zijn. En dat voor iemand die nog geen 500 kilometer per jaar
fietst!
Het
is ook allemaal mijn eigen schuld. Jarenlang heb ik mijn racefietst
genegeerd elke keer als ik de garage inliep. Trainen? Conditie opbouwen? Ach,
ik ben nog jong, die conditie is zo weer opgebouwd. In mijn hoofd voelde ik me
nog steeds een sportieve meid. Turnen, schaatsen en vooral veel wielrennen. Ik
heb na de komst van onze twee kindjes mijn geest nog lang voor de gek kunnen
houden, maar sinds ik de dertig ben gepasseerd trapt mijn lichaam niet meer in
mijn zelf gecreëerde rooskleurige zelfbeeld. Ik ben gewoon een luiwammes
geworden, niets meer en niets minder... In een ultieme poging laat ik hoopvol
mijn rugpijn wegkraken en mijn zeurende heup wegmasseren. Tevergeefs, na een
paar weken komen de klachten gewoon weer terug en ik weet dat er maar één
oplossing is. En dat is gewoon die fiets weer op en het lichaam in gang
slingeren. Ook als het buiten ijskoud is. Dat is mijn straf.
Met
vijf lagen kleding aan, worstel ik me door het West-Brabantse
landschap. Stiekem kijk ik op mijn horloge, ben ik al lang genoeg onderweg? Met
mijn tong op mijn knieën stoemp ik door het
gemoedelijke Wouw heen. Poeh poeh, ik ben bijna op de
helft. Een eindje verderop in de straat zie ik de postbode zijn werk doen. De
man krijgt mij in het vizier en gaat er eens goed voor staan. Als ik voorbij
fiets voel ik zijn ogen branden in mijn rug. Volkomen logisch natuurlijk, want
hier komt een jonge sportieve vrouw voorbij met een goddelijk lichaam. Dat ieniemienie kleine vetrolletje valt mooi weg in de glooiing
van mijn shirt, dat kan hij vast niet zien. Mannelijke aandacht, welke vrouw
houdt hier nu niet van! Wat zeg je, de postbode van Wouw is zeker 60 jaar oud?
En wat dan nog…? Na de zichtbare interesse van het mannelijk geslacht voelt
mijn tred direct een stuk soepeler. De handen losjes op de remgrepen, de
knietjes iets naar binnen, de hakken naar beneden en ik berijd mijn fiets met
een schoonheid die onovertroffen is. Als een bliksemschicht speer ik door de
straat. Ik waan me weer even twintig, toen ik met mijn conditie zonder
problemen over Alpencols reed. Yes! Het gevoel is er
weer, ik kan het nog steeds. Stiekem droom ik over een rentree in het wielrennerspeloton. Bij de veteranen zijn er nog genoeg
mooie prijzen te winnen, misschien kan ik wel wereldkampioen in Sankt Johann worden of de Marmotte
in Frankrijk in recordtempo afleggen.
Helemaal
verheugd over mijn wederopstanding pers ik er onderweg naar huis zelfs een paar
intervalletjes uit. Dan realiseer ik me dat de postbode mij niet zag als vrouw,
maar gewoon als een wielrenner. Met een dikke muts op, een grote bril en
kolenschoppen van handschoenen aan, heeft hij onmogelijk enige vrouwelijke
vormen aan mij kunnen ontdekken. Waarschijnlijk heeft hij zijn rug gerecht om
te kijken of het nu Stef Clement was of Koos Moerenhout die in Rabobank kleding
zijn dagelijkse trainingsritje door de Zuidwesthoek maakte.
Na
een klein uurtje kom ik totaal uitgeput thuis en moet ik me beheersen om niet
in één keer de snoeplade leeg te eten. Sankt Johann?
De Marmotte? Wie denk ik nou eigenlijk dat ik ben.
Edith Moerenhout
Woonleed
Woensdag,
20 januari 2010
Na een flinke aanloop van een jaar of twee staat hij dan eindelijk te pronken in ons huis. Jazeker, een mooie zespersoons eettafel mét nieuwe stoelen uiteraard. Omdat ik vind dat ons grenen dressoir er toch eigenlijk niet-zo-heel-mooi bij past, ben ik al een poosje op zoek naar een nieuwe kast. Hele avonden surf ik op internet naar dé perfecte kast. Ja ja, waar een mens zich al druk om kan maken!
Zo ook deze maandagavond. Koos zit in Australië, dus is mijn laptop, naast de televisie, ’s avonds mijn beste vriend. Klik klik, pagina’s en foto’s van allerlei kasten schieten aan mij voorbij. Te groot, te smal, te duur, een foute kleur… waarschijnlijk gaat het tot Sint Juttemis duren voordat ik mijn kast eindelijk gevonden heb. Al surfend kijk ik met een scheef oog naar televisie. Een televisieploeg is op visite bij de Taliban strijders in Afghanistan. De camera registreert zonder schroom de beelden van een huilende vrouw die al haar kinderen heeft moeten begraven door het geweld tussen de Taliban en de buitenlandse strijdkrachten, de zogenaamde bevrijders. Een man vertelt over bombardementen en wijst naar het plein in zijn dorp waar zich vanalles heeft afgespeeld. Ik vraag me af welk plein hij bedoelt, waarschijnlijk is het die lege plek tussen een berg van brokstukken en ruïnes. Er is geen fatsoenlijk huis meer te vinden in het dorp, slechts wat muurtjes verraden dat er op deze plek mensen hebben gewoond. Ook in het daaropvolgende televisieprogramma is het woonleed niet te overzien. Haïti. De chaos is enorm en met enig ongeloof kijk ik naar twee mensen die na vijf dagen nog levend tussen het puin vandaan komen.
Eigenlijk had ik morgen willen gaan winkelen. Lekker een beetje speuren naar mijn nieuwe kast. Maar na het zien van deze beelden begint dit idee me toch een beetje tegen te staan. Zou ik ons huidige dressoir niet gewoon een lik verf geven zodat het weer jaren mee kan? Ik besluit de volgende dag gewoon thuis te blijven en iets nuttigers te gaan doen, zoals mijn vrijwilligerswerk. En dat betekent deze keer… dat ik het Welbergse carnaval promoot.
Tja, ik zal er de wereld niet mee veranderen, maar hopelijk maak ik er toch een paar mensen erg blij mee.
Edith Moerenhout
Hallucineren
op de Mont Ventoux
Zaterdag,
25 juli 2009
Waar ligt dat ding nou? Ik zit op de zolder en laad dozen in en uit. Er komen fotoalbums en plakboeken naar boven, maar wat ik zoek zit er niet tussen. Mijn wielerdagboek. Ik weet dat ik tijdens de Tour de Feminin een keer de Mont Ventoux heb beklommen, maar kan er maar bitter weinig van herinneren. Waren de herinneringen te pijnlijk om te bewaren of heeft het vele afzien een gat in mijn geheugen geslagen? Ik weet het niet. Als ik diep nadenk over mijn ervaringen met deze imposante puist, komt er slechts een handjevol beelden naar boven. Hitte, plakkend asfalt, gelost in de eerste kilometers, hét monument en maanlandschap. Maar mijn sterkste herinnering aan deze col is wel de bus. En dan bedoel ik niet de bus zoals de mannen die hebben in de Tour, maar ik bedoel de bus van het Chinese team. Ja, u leest het goed. In één van mijn tourdeelnames stond een Chinees team aan de start. Zij waren destijds een echte bezienswaardigheid. Nu hadden wij al wel eerder een Chinese medemens gezien, maar deze “dames” hadden de benen van een stel potige kerels. Ik kon ook verder geen voor- of achterkant ontdekken en had het zware vermoeden dat ze nooit door een geslachtstest zouden komen. Een oneerlijke strijd dus. Op de Mont Ventoux reden ze mij met een rotgang voorbij. Even dacht ik dat ik hallucineerde, maar toen ik beter keek zag ik dat ze gewoon de teambus hadden vastgegrepen. Aan weerszijden wapperden een paar Chinezen. Ik deed nog een greep, maar tevergeefs. Ook vanavond zullen er renners zijn die hun herinneringen aan deze dag diep wegstoppen. En heel waarschijnlijk zijn er ook die, net als mij, met pijn in het hart de bus aan zich voorbij moesten laten gaan.
edithmoerenhout@hotmail.com
In Timboektoe weten ze dat wij een Nespresso
apparaat hebben
Woensdag,
22 juli 2009
Koos is verslaafd. Hè hè, dat lucht op. Nu zelfs de pers ervan op de hoogte is, hoef ík er in ieder geval geen geheim meer van te maken. Hij is trouwens niet de enige hoor, het halve peloton is verslaafd! Zelfs Lance Armstrong geeft het gewoon openlijk toe. Wat zeg ik? Hij is waarschijnlijk de grootste gebruiker. Ik snap het niet, want wetenschappelijk bewijs dat de coureurs van dit genotsmiddel sneller gaan fietsen is er niet. Het middel werkt dan ook niet in de benen, maar in de vingers! Het heet “Twitter” en je gaat er ont-zet-tend snel van typen.
Ik maak me grote zorgen om Koos. Want net zoals bij alle andere verslavingen leidt het uiteindelijk tot niks. Koos is daarentegen niet weg te slaan bij zijn digitale vriendjes. Urenlang kwekt en twittert hij rond. Dat het epidemische vormen aanneemt, blijkt wel uit het feit dat hij al bijna 4000 volgers heeft. Allerlei “gewichtige zaken” slingert hij via Twitter de wijde wereld in. Zo weten ze nu in Timboektoe dat wij een Nespresso koffiezetapparaat hebben en dat Koos pas nog in de file heeft gestaan. Heel interessant ja.
Toch moet ik toegeven dat het soms ook hele leuke dingen brengt. Zo kwam Koos via Twitter in contact met The Gasoline Brothers: een Nederlandse band met een stevige sound. Als Koos Nederlands kampioen zou worden, zouden de brothers een nummer voor hem schrijven. Ze hebben woord gehouden, want vanaf 27 augustus is hun eerbetoon via www.gasonlinebrothers.nl te beluisteren. Heel Nederland zingt straks mee met de zomerhit “Koos on the loose” en danst mijn mannetje vanaf het scherm al heupwiegend bij u de huiskamer in. Een spetterende carrière in de popwereld ligt voor hem in het verschiet. En wie dan aan Koos denkt, denkt automatisch aan sex, drugs en rock & roll. Heeft hij er meteen weer een verslaving bij.
Contador heeft me gehoord
Maandag,
20 juli 2009
Ding dong… ik ben net bezig de kinderen in bed te leggen als ’s avonds de deurbel gaat. Vliegensvlug schieten Lynn en Kas de trap af om eigenhandig de deur open te doen. Elke mogelijkheid om vijf minuten later in bed te belanden grijpen zij met beide handjes aan. Aan de deur staat een voor mij onbekende man op leeftijd met in zijn hand een plastic tas. Omdat hij zo geniet van mijn columns, komt hij mij het wielerboek “Maillot Jaune” ter inspiratie aanbieden. Een boek met verhalen over de meest aansprekende gele-truidragers die de Tour de France ooit heeft voortgebracht. Nu ben ik niet overmatig geïnteresseerd in de Tourhistorie, maar ik raak geboeid door de schitterende zwart-wit foto’s in het boek. Op de één of andere manier lijken deze mannen heldhaftiger dan de coureurs van nu. Ik staar naar een grote foto van de Fransman Jean Robic die in de Tour van 1953 door een valpartij uitviel. Hij ligt met de ogen gesloten in bed. Zijn ploegmakkers staan zwijgend rondom hem. Markante koppen, scherpe neuzen, de donkere haren met een dot brillantine naar achteren gekamd. Het is één van de vele verhalen die de Tour rijk is en ik vraag me af wat hét verhaal van de Tour 2009 wordt. Het zal toch niet de psychologische oorlogsvoering tussen Armstrong en Contador worden? Of het verhaal van Cavendish die achterstevoren op zijn fiets met allerlei irritante gebaartjes rustig over de streep bolt? Klaar met die slappe hap, ik wil bloed aan de paal zien! Die aanval van Contador op Arcalis duurde te kort om mij in extase te brengen. Koersen moeten ze, die duurbetaalde klassementsrenners. Ik wil ze zien loeren, aanvallen, pokeren, door het ijs zakken, complotten zien smeden. Ik wil het nú zien! Nú, nú, nú… Goddank heeft Alberto Contador mijn smeekbede gehoord.
Gemengde
gevoelens in de Vogezen
Zaterdag,
18 juli 2009
Koos zit in de Tour! Misschien een weekje of twee te laat, maar hij zit er dan toch. Gisteren stond hij in zijn regenjas met een capuchonnetje op in de berm van de Col de la Schlucht. In een gemêleerd gezelschap van Rotterdamse zakenmensen en sportbestuurders bekeek hij de verrichtingen van zijn collega’s met gemengde gevoelens. Want Koos heeft iets met de Vogezen. Sinds zijn amateurtijd brengt hij bijna elk jaar een weekje door in deze mooie wijnstreek. Hij kent er ieder weggetje en weet elke berg te vinden. Dagenlang doorkruist hij in zijn eentje de Route des Cretes om na vijf of zes uur trainen total loss thuis te komen. De Col de la Schlucht heeft hij misschien al wel dertig keer beklommen. Als hij in de Tour was gestart, weet ik zeker dat hij deze etappe had aangekruist. De beklimmingen zijn hem op het lijf geschreven; lang en slopend maar niet al te steil.
Nu moet hij het doen met een plekje in de berm van zijn geliefde
trainingsgebied. De toeschouwers laten zich in ieder geval niet wegjagen door
de regen, ook hier in de berm moet hij vechten voor zijn plekje. Als de eerste
Tourauto’s de berg op komen stroomt er een golf van opwinding door het publiek.
Daar komen de coureurs! Hij hoort de regenjackjes van zijn collega’s klapperen
in de wind. Met samengeknepen ogen tegen het opspattende regenwater, schuiven
zij met een grimas op het gezicht voorbij. Koos wordt niet opgemerkt. Bloed
sijpelt door de broek van Antonio Flecha
en Kenny van Hummel bungelt hopeloos aan het elastiek terwijl er nog
Oude
mannen in het peloton
Donderdag,
16 juli 2009
Wat doe je op een mooie zomeravond als wielrenner en je zit niet in de Tour? Juist, dan ga je naar de Ronde van Heerle kijken. Niet dat deze wedstrijd jaarlijks op ons programma staat, want wij zien maar zelden meer een amateurwedstrijd. Maar Koos zijn schoonvader besloot als 63-jarige mee te doen tussen kerels die zijn eigen zoon zouden kunnen zijn. Ik gaf hem weinig kans en verwachtte binnen het uur weer thuis te zijn. Die jonge mannen zouden hem vast eens flink de oren wassen.
In het begin zat hij nog fris genoeg om even te zwaaien naar de
kleinkinderen. Fier bleef hij op zijn stekje zitten halverwege het peloton. Met
een gemiddelde snelheid van
Koos wurmde zich tijdens de wedstrijd in de meest bizarre houdingen om zijn schoonvader met zijn fotocamera te vangen. Nog een close-up, nog een close-up en nog een close-up... Wat moest hij toch met al die foto’s van deze grijze schicht? Thuisgekomen haastte Koos zich direct naar de computer, waar hij zijn zojuist gemaakte foto’s bekeek. Toen ik hem hoorde grinniken, besloot ik maar eens te kijken wat hij in zijn schild voerde.
Zojuist had hij een andere oude man in het peloton een foto van mijn vader doorgestuurd. Ook deze kerel laat zich nog niet afdrogen door de jeugd. “Jij oud? Kijk maar eens naar deze foto. Je kunt nog jaren mee!” schreef Koos hem met een vette knipoog. Ik hoop dat Lance Armstrong een goed gevoel voor humor heeft!
edithmoerenhout@hotmail.com
Koning
Koos met egards behandeld
Zondag,
12 juli 2009
Zaterdagavond. En nú heb ik het helemaal gehad met die Ronde van Oostenrijk! Wil ik op internet nog wat nalezen over Koos zijn tijdritoverwinning, komt er opeens een levensgrote foto naar boven met míjn vent totaal ingeklemd tussen twee hoogblonde fotomodellen. En denk maar niet dat hij last heeft van claustrofobie. Wel nee, met zijn ogen gericht op de hemel, lijkt het alsof hij onze Lieve Heer persoonlijk bedankt voor dit aangename cadeautje. Dat hij zich één keer door de rondemissen vrijwillig laat betasten (de eerste keer na zijn huldiging als Glocknerkönig), is tot daar aan toe, maar nu hij de kissmissen voor de tweede keer diep in de ogen kijkt, word ik argwanend. Ik had hem nog zo gezegd dat het aanbod om verliefd te worden op andere vrouwen alleen voor de Tour de France gold en NIET voor de Ronde van Oostenrijk. Ik ben hartstikke blij hoor dat hij dit weekend die tijdrit heeft gewonnen, maar nu moet hij gewoon naar huis komen.
Het zal voor hem trouwens niet meevallen om met de beentjes terug op aarde te belanden. Sinds hij de eretitel “Glocknerkönig” ontving van de organisatie, behandelen zijn ploegmaats hem met alle egards die daarbij horen. Zodra Koos van tafel opstaat, springen zijn onderdanen met uitgestrekte gezichten omhoog. En lopen ze hem ergens in de gang van het hotel tegen het lijf, dan volgt een lichte buiging. Zijn ploegmakker Graeme Brown heeft inmiddels blauwe plekken op de knieën van al die keren dat hij knielend voor Koning Koos neerviel. Ik vermoed dat de heren coureurs veel gelachen hebben in Oostenrijk.
Goed dan, ik zal Koos vandaag nog behandelen als een koning, want mooie prestaties mogen worden beloond. Maar dan is het feest toch echt voorbij. De vuilnisbak moet gewoon weer aan straat gezet worden Glocknerkönig!
edithmoerenhout@hotmail.com
Met
zijn neus in de decolletés
Zaterdag
11 juli 2009
Een dikke maand geleden keek ik naar een documentaire over het Belgische wonderkind Frank Vandenbroucke. In deze uitzending blikte hij terug op het jaar 1999 waarin hij reed als de brandweer. Hij vertrouwde de kijker toe hoe hij erin slaagde om twee ritten in de Vuelta te winnen. Het was een schitterend verhaal. Het grote geheim? Hij raakte verliefd op één van de koffiemeisjes, de Italiaanse Sarah Pinacci. Frankyboy was zo vreselijk in de wolken dat hij geen pijn meer voelde in de benen. Hij kon alles en beloofde tot twee keer toe een etappe voor haar te winnen. Vertwijfeld vroeg ik me af of deze tactiek ook bij Koos zou werken. Soms moet je als wielrennersvrouw offers brengen, was ík nu aan de beurt voor mijn offer? Na een poosje dubben, besloot ik uiteindelijk dat hij voor deze ene keer ontzettend verliefd mocht worden op een andere vrouw. Al viel hij met zijn neus in de decolletés van de reclamemeisjes of plakten zijn vingers aan de billen van de rondemissen, het maakte me niets uit. Alles voor een etappeoverwinning in de Tour.
Maar het liep allemaal anders. Misschien maar goed voor mij, want het verhaal van Frank en Sarah heeft niet bepaald een happy end.
Toen ik Koos deze week over mijn aanvankelijk geplande voornemen vertelde, sprongen de tranen hem spontaan in de ogen. Wat een gemiste kans! En nee Koos, dit aanbod geldt niet voor de Ronde van Oostenrijk.
Uitgerekend die dag passeerde hij als eerste de Grossglockner, de Oostenrijkse Cauberg zullen we maar zeggen. En omdat de Oostenrijkers deze berg haast mythische waarden toekennen, kreeg Koos als beloning een beker en een worst!? Arme jongen. Daar stond hij dan met een sip gezicht op het podium. “Tussen twee lekkere mokkels en met een grote worst in de hand,” zo sprak hij.
edithmoerenhout@hotmail.com
Cavendish is maar een onderdeurtje
Woensdag,
8 juli 2009
Al kijkt Cavendish nog zo ondeugend en oogt Thor Hushovd nog zo stoer, voor mij is er maar één sprinter en dat is Gert Steegmans. Jammer genoeg is hij er net als Koos dit jaar niet bij. Sinds ik d’n Gert jaren geleden in levende lijve mocht ontmoeten, hang ik al kwijlend voor de buis als mijn favoriet door het beeld heen spurt.
In 2005 vertoefde ik samen met Koos en Lynn een week in een huisje in de Belgische Ardennen, waar Koos voor zichzelf een trainingskampje hield. Tijdens ons verblijf zouden zijn ploegmakkers Steegmans en Van Bon langskomen om een dagje met hem mee te trainen. Ik zat rustig op de bank een boekje te lezen en met een half oor te luisteren naar de sterke verhalen van de mannen. Gert had zich inmiddels omgekleed en was de kamer in gelopen. Mijn ogen werden als schoteltjes zo groot en de adem stokte in mijn keel. Ternauwernood kon ik me vasthouden aan de bank, anders was ik er zeker uitgekukeld. De aanblik van zijn poezelige achterkantje deed deze vrouw trillen op haar benen.
Mijn hemel, wat een billen! Nu is Koos niet de magerste van het peloton, maar zijn kontje past zeker tweemaal in de derrière van Gert. Het was het meest indrukwekkende achterwerk dat ik ooit heb gezien! Zijn hele verschijning is trouwens indrukwekkend. Maar liefst één meter negentig meet Steggels, da’s zijn bijnaam, heeft spieren als kabels en ik weet zeker dat hij met zijn billen een kat kan fijnknijpen. Vergeleken met hem is Cavendish maar een onderdeurtje! Als Koos vertelt dat deze sympathieke Belg waarschijnlijk de meest explosieve aanzet heeft van het hele peloton, geloof ik hem direct.
Toch spijtig dat hij dit jaar niet met de billen bloot gaat tegen Cavendish.
Hij
gaat ze toch niet de kop afzagen?
Maandag, 6
juli 2009
Psst, wilt u weten waarom Koos momenteel zo hard fietst? Ja? Dan zal ik het u vertellen. Ongeveer een week voor de Dauphiné Libéré staarde hij ’s ochtends vroeg met peinzende blik uit het slaapkamerraam. Zijn oog trok naar de frambozenstruiken die bij ons in de tuin staan; of beter gezegd naar de duiven die boven deze struiken op de pergola zaten.
Begrijp me goed, wij hebben niets tegen duiven maar sinds deze grijze jongens schaamteloos onze hele tuin onderkakken, inclusief frambozenstruiken, mogen ze van ons best een enkeltje naar het hiernamaals boeken. Gewapend met de zaag onder zijn arm stoof Koos na het ontbijt de tuin in. Hij zou de gevleugelde vriendjes toch niet de kop afzagen? Maar nee, het was de pergola die eraan moest geloven en zo ontnam hij de duiven met een paar woeste bewegingen hun kakdoos.
Voortaan zouden onze frambozen brandschoon blijven en dáár was het hem eigenlijk om te doen. Want van frambozen ga je héél hard fietsen, zo voorspelde zijn schoonvader André. Het is niet zo dat Koos klakkeloos aanneemt wat zijn schoonvader hem op de mouw probeert te spelden, maar met alle belangrijke wedstrijden toen nog in het vizier besloot hij de vitaminebommetjes toch maar op te eten. Aan pa’s andere aanbevelingen, het eten van haring en slagroomtaart, waagde Koos zich niet. U weet ondertussen wat de frambozen hem brachten.
Gisteren was het de beurt aan zijn schoonvader om een Nederlands kampioenschap te rijden. Mijn vader kennende had híj zich wel volgestopt met de misselijkmakende combinatie van frambozen, haring en slagroomtaart. Hij werd zestiende. En dat bevreemdt mij, want het enige dat híj had hoeven doen, is op de kop van het peloton een flinke wolk gas uit de koersbroek laten ontsnappen.
edithmoerenhout@hotmail.com
Als ze
haar best doet, komt het vast goed
Zaterdag,
4 juli 2009
Zeker drie keer in de week tuf ik met onze dochter Lynn van vijf richting het buitenzwembad. Moeders had namelijk bedacht dat dochterlief deze zomer haar A-diploma maar eens moest halen. In het begin ging Lynn met veel plezier naar de zwemles en deed alle oefeningen op haar kinderslofjes. Nu ze verwoede pogingen doet om armen en benen op het juiste tijdstip in beweging te brengen, kijkt ze al wat minder vrolijk. Met het felbegeerde papiertje in mijn achterhoofd schreeuw ik haar in het zwembad toe dat ze met haar armen ‘pannenkoeken’ moet snijden en met haar benen ‘rondjes’ moet maken. ’s Avonds in bed vraagt ze met tranen in de ogen wanneer ze nu eindelijk mag afzwemmen. Maar met haar spontane hondjestechniek is ze nog lang geen Inge de Bruijn. Schuldbewust probeer ik mijn pushgedrag te verdoezelen en benadruk dat gewoon ‘haar best doen’ het allerbelangrijkste is. Dan komt het vast goed.
Dezelfde week nog slaat Erik Breukink mij met deze theorie keihard om de oren. Op een haar na won Koos de Ronde van België en in de Dauphiné Libéré reed hij tussen de wereldtop de tijdrit van zijn leven. Toch mocht hij niet naar de Tour. We snapten er helemaal niets van en met tegenzin concludeerden we, voor de zoveelste keer, dat hard werken niet altijd wordt beloond.
Een paar dagen later kaapte Koos op bloedstollende wijze, zowel voor de familie als voor de ploegleiders, de Nederlandse titel weg voor de neus van zijn concurrenten. Wat een fantastisch gevoel om als sportman zo je gelijk te halen! Gelukkig kreeg hij dan toch loon naar werken. En die tour? Ach, daar malen we allang niet meer over.
Met dat zwemdiploma van Lynn zal het dus ook wel goed komen. En als het deze zomer niet lukt… dan rijden we gewoon drie keer in de week naar het binnenbad. Zucht.
Edith Moerenhout
Toevallige
passanten
Vrijdag, 5 juni 2009
Hé, Olympia’s Tour komt zomaar langs mijn deur op de
Welberg! Dat is nog eens leuk, dacht ik toen ik dit bericht in de krant las. En
ook hartstikke handig. Als fervent wielerliefhebber hoefde ik op die mooie dag
in mei slechts tien grote stappen buiten de deur te zetten, om de geur van
massage olie tot diep in mijn poriën op te snuiven. Deze keer geen plakkerige
boterhammen uit de koelbox, geen gezeul met stoeltjes en geen tassen vol met
speelgoedjes om de kinderen te vermaken. Ik liet ze gewoon thuis.
Het zou vast een groot feest worden in ons kerkdurpke. Het is tenslotte een hele eer om Neerlands oudste etappewedstrijd te mogen ontvangen. Alleen
al bij het uitspreken van de naam, voel je er als wielerkenner de historie
vanaf druipen. Mannen als Priem, Den Hertog en Solleveld
gebruikten de wedstrijd als springplank naar de beroepsrenners. En eigenlijk
gebeurt dit nog steeds, dat bewijzen de namen van de laatste winnaars zoals
Boom, Veelers en Clement wel. Welke nieuwe ster zou
hier zijn snot of slijm als souvenir in de berm van ons Brabantse pareltje
achterlaten?
Ik vond het niet nodig de exacte datum in mijn
agenda te zetten. Die ochtend zou ik ongetwijfeld gewekt worden door het
gekletter van de dranghekken. En anders werd ik er wel aan herinnerd door één
van de vele toeschouwers, die zich in alle vroegte met klapstoel en koelbox
voor mijn oprit posteerde. Boodschappen hoefde ik niet te halen, want ik
bestelde wel een patatje bij de frietkraam aan het parkoers.
Maar die ochtend op 22 mei werd ik niet gewekt door
de mannen van de gemeente en ik hoefde ook niet te slalommen tussen de
toeschouwers om de krant uit de bus te vissen. Er heerste rust, zoals
gebruikelijk op de Welberg. Daarom vertrok ik nietsvermoedend richting de
buurgemeente voor wat inkopen.
Toen ik tegen het middaguur via het Welbergswegje (het is écht een wegje) naar huis reed, viel
mijn oog op een mannetje met oranje hesje. Moederziel alleen stond hij in de
berm. Wat doet die kerel hier, dacht ik. Eindelijk ging het lampje branden, Olympia’s Tour! Had ik nu het hele circus gemist?
Niet dus. Het peloton zou nog een aantal keer voor
mijn deur naar rechts afdraaien. Ik keek om me heen op zoek naar het publiek en
kon ze op één hand tellen. Op de T-splitsing stonden
welgeteld drie toeschouwers en dat was inclusief mezelf gerekend. Ook de andere
twee toeschouwers stonden daar niet voor Olympia’s
Tour. Ik trof de buurvrouw die met haar kindertjes geduldig stond te wachten,
totdat zij er met haar auto vandoor kon. De buurman liet op het moment van
doorkomst net zijn hond uit en wierp meer uit nieuwsgierigheid dan uit
interesse een blik op het voorbij razende peloton. Ook op de rest van de dijk
was geen kip te bekennen.
Wat een desillusie. Hoe anders was het vroeger toen
het hele dorp nog uitliep voor de koers. De kroegen zaten vol, de draaimolen
deed goede zaken, de mannen sloten weddenschappen af en de dames flaneerden met
rood gestifte lippen in hun mooiste jurkjes, hopende opgemerkt te worden door
een echte coureur.
Anno 2009 is hier spijtig genoeg niets meer van
over. De inwoners van de Welberg laten zich niet zien. Ze hebben geen weet van de
geschiedenis, de romantiek, de strijd en de euforie die langs hun deur voorbij
trekt. Zij zien slechts een groepje toevallige passanten, bezig aan hun
wekelijkse trainingsritje. Haast onzichtbaar trekt de karavaan door het dorp.
En het grote Olympia’s Tour voelt opeens lang zo
groot niet meer.
Edith Moerenhout
To(b)pjournalist
Vrijdag,
29 mei 2009
Eindelijk ben ik weer eens in de prijzen gevallen.
Wat een lekker gevoel zeg! Deze keer heb ik de winst niet met mijn stalen ros
gepakt, dat zou echt onmogelijk zijn geweest gezien mijn belabberde
huisvrouwenconditie, maar heb ik met een aantal verbeten tikken op het
toetsenbord mijn concurrentie naar de achterhoede geschreven.
In een ultieme poging mijn schrijverstalent nog wat
verder te ontplooien, had ik mezelf een paar maanden geleden aangemeld voor een
journalistieke cursus. Leuk, lekker een beetje schrijven dacht ik bij mezelf,
niet wetende dat de leraar ons genadeloos op de pijnbank zou leggen. De beste
man zou niet rusten voordat hij van ons to(b)pjournalisten
had gemaakt.
Op de eerste avond meldde hij tussen neus en lippen
door dat er voor elk genre (column, persconferentie, commentaar, reportage en
recensie) aan het einde van de cursus een prijs werd uitgereikt. Een kleine
wedstrijd leek hem wel leuk, gewoon voor de fun. Een
wedstrijd? Ik was direct klaarwakker! Diep van binnen voelde ik hoe de
strijdlust uit zijn jarenlange winterslaap begon te ontwaken. Ik was vastbesloten
om voor de prijzen te gaan.
Gedurende de cursus zakte de moed me in de schoenen.
Keer op keer stuurde de meester zijn leerling terug in de schoolbanken. Een
tweede versie volgde, een derde versie, een vierde versie… Uren heb ik achter
mijn laptop gezeten, soms slechts starend naar de schamele opbrengst van twee
goede zinnen.
De sfeer in huis werd er ook al niet gezelliger op.
Koos sprak ik nog amper. Elke avond verstopte ik mezelf achter de laptop.
Huishoudelijke mededelingen werden gedaan via de mail, de wasmand puilde uit en
de laag stof op mijn racefiets werd alsmaar dikker. Alles moest wijken voor de
cursus. Het kostte me bloed, zweet en tranen. Maar ja, die wedstrijd hè…
Toen was eindelijk daar de avond van de uitslag. Ik
prentte mezelf vooral in dat ik de cursus had gevolgd om iets te leren, niet om
iets te winnen. Ogenschijnlijk nonchalant, maar juichend van binnen, nam ik de
eerste prijs voor mijn commentaar en voor mijn reportage in ontvangst. Yes! De buit was binnen. Een zucht van verlichting trok
door huize Moerenhout. Koos had eindelijk zijn vrouw weer terug en verheugde
zich op een romantisch avondje. Zelf had ik het gevoel dat ik weer alle tijd
van de wereld had. Alleen de kinderen protesteerden, onder protest weekte ik ze
los van het televisiescherm waar ik ze gedurende de cursus had vastgeplakt.
Ontspannen dook ik die avond mijn bed in, maar na verloop van tijd begon ik
toch weer te woelen.
Alle op- en aanmerkingen van de leraar buitelden door mijn hoofd en zelfs in
het donker zag ik de rode strepen uit zijn balpen vloeien. Ik was nog lang geen
topper en dat wist ik maar al te goed. Er restte mij slechts één ding. Volle
bak ertegenaan!
Arme Koos…
Black Tie
(Met een nietje in mijn buik in de Story)
Vrijdag,
8 mei 2009
Black Tie. Verdorie, het staat er echt. Koos en ik hebben een uitnodiging gekregen van Right To Play voor een Charity Dinner. Right To Play is een organisatie die zich inzet voor de levens van kinderen in ontwikkelingslanden door ze sport en spel te bieden.
Nu heb ik niet zoveel verstand van kleding, maar ik weet wel dat Black Tie iets meer is dan alleen maar netjes gekleed gaan. Ik duik achter de pc en zoek op internet wat ik nu eigenlijk moet aantrekken. Het koude zweet breekt me uit, wanneer ik lees dat ik in een cocktailjurk moet komen opdraven. Een cocktailjurk! Wel ja, alsof ik er twintig in de kast heb hangen. Eentje om in te stofzuigen, eentje om de kinderen naar school te brengen, eentje voor op de racefiets…
Waar, in godsnaam, ga ik deze feestjurk vandaan toveren? Rond kersttijd is dit geen probleem, dan kun je dit garderobestuk zelfs bij Hans Textiel aanschaffen. Ten einde raad duik ik in de kledingkast van mijn 15-jarige nichtje. Tijdens het laatste kerstfeest zag zij er oogverblindend uit in haar cocktailjurkje. Misschien kan ik het een avondje lenen? Ze doet haar uiterste best om haar tante in het minuscule lapje stof te wurmen, maar moet dan toch schoorvoetend melden dat ze de rits niet he-le-maal dicht krijgt. Niet helemaal? Het is alsof de Van Brienenoordbrug open staat!
Ik heb er inmiddels nachtmerries van en droom dat ik met een nietje in mijn buik sta afgebeeld in de Story. Bij de modeflaters dan wel te verstaan, met als bijschrift: de vrouw van wielrenner Koos Moerenhout zou met dit jurkje de show stelen op de jaarlijkse bijeenkomst van geitenfokhouders, maar slaat op dit Charity Dinner de plank finaal mis. Cijfer: 2.
Weet je wat, ze zoeken het maar uit met hun Black Tie. Ik trek gewoon mijn mooie chique jurkje aan dat ik voor de kerst heb gekocht. Ik weiger geld te spenderen aan een cocktailjurk waarvoor ik zes Afrikaanse stammen een jaar lang kan onderhouden.
Gelukkig beseffen de mensen van Right To Play dit ook, want halverwege de ochtend krijgt Koos een sms’je waarin staat vermeld dat het kledingvoorschrift is veranderd naar Tenue de Ville. Wat dit precies inhoudt weet ik niet, maar het kan nooit erger zijn dan Black Tie vermoed ik.
En laat de modegoeroes op internet bij Tenue de Ville nou exact mijn mooie chique jurkje omschrijven!
Edith Moerenhout
Natuur
dinsdag, 17 maart 2009
Eindelijk, de lente is weer in aantocht. De
vogeltjes tjilpen ons ’s ochtends om vijf uur wakker, de krokussen komen uit de
grond en het allereerste lammetje op de Welberg is alweer geboren. De natuur
neemt zoetjesaan een andere gedaante aan. Levendig. Energiek.
Ook Koos zijn vader ontwaakt uit zijn winterslaap.
Gelukkig voor hem komt het wielerseizoen echt op stoom en dat betekent, dat de
eerste brommertraining op het programma staat. Heerlijk, een goede reden om de
gashendel eens flink open te draaien en zichzelf lekker te laten gaan. Oké,
drie uur lang in dezelfde onbeweeglijke houding op een brommer zitten, is niet
iets om naar uit te kijken. Maar het idee om alle verkeersregels, met een goed
excuus, aan zijn laars te lappen, moet hem toch vrolijk stemmen. Want in de
strijd om zijn zoon superscherp aan het vertrek van de koers te krijgen is
(bijna) alles geoorloofd!
Voor vertrek staart hij peinzend in de helm. “Hmm, echt schoon is hij niet.” Nu moet u weten, Sjaan is
van de hygiëne. Dus een helm van een ander opzetten, is lichtelijk tegen zijn
natuur in. Ik werp een blik in de helm en vind het allemaal nog wel meevallen.
Hoe ik ook tuur, er is geen vliegenlijkje van het vorige ritje meer te
bespeuren. Na een paar maanden bivakkeren in de helm, hebben ze blijkbaar tijd
genoeg gehad om langzaam weg te rotten. Ach, en over die paar vlekjes in de
bekleding moet je niet zeuren. Dat is gewoon puur natuur.
Sjaan neemt een flinke hap lucht en zet de helm op
zijn hoofd. Hij is klaar voor vertrek en zodra hij op de brommer zit, ondergaat
hij een gedaanteverwisseling. Als een vlinder die ontsnapt uit zijn cocon.
Normaal gesproken is hij een toonbeeld van verkeersveiligheid. Veilig Verkeer
Nederland kan trots op hem zijn, want schoonpa houdt zich stipt aan alle regels
en alle opgelegde snelheden. Er is geen agent in de bosjes of geen flitspaal
die hem op de gevoelige plaat legt. Nee, op dat gebied zal de overheid geen
cent aan hem verdienen.
Maar o wee als hij op de scooter zit, dan komt de
coureur in hem naar boven. Dat er onder die helm een 63-jarige man
zit, is van een afstandje niet te zien. Als een kamikaze piloot scheurt hij
door de bochten. Als de weg nat is, houdt Koos hem in de bocht niet eens bij!
Regelmatig houdt zoonlief zijn hart vast. Als dat maar goed gaat… Fietspaden
laat Sjaan links liggen, stoplichten negeert hij en hij snijdt bochten af dat
het een lieve lust is. Go, go, go, go, go…
Als zij na drie uur brommeren weer terugkeren in
Steenbergen, haalt Sjaan zijn laatste truc uit. Voor hen op de rijbaan rijdt
een vrachtauto. Natuurlijk te langzaam naar Sjaan zijn zin. In een flauwe bocht
naar rechts schiet hij het naastgelegen fietspad op, passeert langs de
rechterkant de vrachtauto en scheurt daarna voor de kolos weer de weg op. Dit
was net een bruggetje te ver voor Koos. Zoek het maar uit, dacht hij en kneep
in de remmen. Deze actie druiste frontaal tegen zijn natuur in. Eén-nul voor zijn pa, die bewees dat ondanks zijn leeftijd,
hij de meeste branie in zich heeft.
Eenmaal thuis gekomen trekt Sjaan de helm van zijn
hoofd. Een brede grijns komt onder het hoofddeksel vandaan. Zo, dat was weer
lekker. En zonder te kijken kiepert hij de dooie vliegen uit zijn helm. Puur
natuur.
Edith
Moerenhout
Gezellig
donderdag,
12 februari 2009
We zitten met zijn drietjes aan tafel, Lynn, Kas en
ikzelf. Het is weer tijd voor een gezellig avondmaal. Bij menig huishouden is
dit een rustpuntje. Even tijd om elkaar bij te kletsen. Hier wordt echter niet
gekletst, hier wordt gekrijst. Acht soepballen kijken Lynn
lachend aan vanuit haar bord, alleen ik lach niet. Eerlijk zullen we alles
delen is mijn motto, dus vis ik er een paar uit. Dit tot groot ongenoegen van Lynn, die het op een oordovend brullen zet. Hoe kan ik haar
dit leed toch aan doen, lees ik in haar ogen.
Daar gaat de telefoon. Het is Koos die vanuit Mallorca belt en ik kan hem nauwelijks verstaan. “Geef Lynn maar even aan mij dan,” zegt hij. Ik geef hem weinig kans, want als Lynn haar bokkenpruik op heeft, wil ze eigenlijk helemaal niets. Maar ja, nu is ze boos op mama, dus is papa heel interessant. Gelukkig weet hij haar tot bedaren te brengen en met een pruillip vertelt ze over haar zwemles.
Ondertussen voer ik Kas wat soep en eet snel mijn eigen bord leeg. Het is mijn beurt aan de telefoon. Ik sommeer Lynn nog even haar soep op te eten en probeer me te concentreren op het telefoongesprek. Het duurt Kas allemaal een beetje te lang, dus besluit hij een poging te wagen om uit zijn stoel te klimmen. “K(l)aar, k(l)aar,” roept hij uit en smijt zijn lepel op de grond. Al pratende met Koos, ruikt Lynn haar kans en vist de verloren soepballen weer terug in het bord. Daarna sluipt ze haar stoel af om het hobbelpaard te halen.
Ik probeer Kas weer in zijn stoel te krijgen en onder luid protest gaat hij uiteindelijk akkoord. Ik hoor Koos iets vertellen over “uit de bocht gevlogen”, maar de details versta ik niet. Het zal wel goed zijn gekomen, want ik vang in ieder geval wel op, dat hij niet is gevallen. Ondertussen schep ik voor mezelf en voor Kas een kliekje Mihoen met erwtjes op. Lynn haar ballen zijn verdwenen uit de soep, de groenten liggen op een hoopje aan de kant van haar bordje.
Tussen een paar happen door praat ik verder met Koos. Lynn hangt inmiddels naast haar stoel op het hobbelpaard. Haar gezicht is slechts een paar centimeters verwijderd van Kas zijn gezicht. Als je als vrouw iets niet moet doen, is het wel bovenop de lip van een kerel gaan zitten. Het oerinstinct van Kas komt onmiddellijk naar boven en hij haalt uit met de lepel die ik zojuist van de vloer plukte. Vol bij Lynn in het gezicht. Het luchtalarm in de Gazastrook kan niet harder loeien dan Lynn nu doet.
Aaaahhhhh… Koos en ik houden ons telefoongesprek maar even voor gezien. Dit is duidelijk niet het goede moment. Als Lynn is uitgehuild, krijg ik er toch nog een paar hapjes groenten in. Bij de mihoen trekt ze een vies gezicht. Kas eet er nog wel een paar hapjes van en besluit daarna om op alternatieve wijze zelf zijn bord leeg te maken. Ik zal over een paar dagen de laatste erwtjes wel onder de bank terugvinden vrees ik.
Nu vind ik het welletjes. Wat mij betreft mogen ze van tafel, voordat er eentje besluit zijn beker drinken nog even snel om te stoten. Ik overzie de rotzooi aan tafel. De borden van de kinderen zijn halfleeg, het mijne is nog bijna vol. In mijn eentje werk ik de koude mihoen naar binnen. Het was weer gezellig.
Pff, nog één nachtje slapen en dan is Koos godzijdank weer thuis en heb ik in ieder geval één persoon aan tafel zitten, die mijn inspanningen achter het fornuis wél op juiste waarde schat.
Edith Moerenhout
Schijnheilig
woensdag,
28 januari 2009
Alaaf! Carnaval is weer in aantocht. Zucht. Het is dat de kinderen het vieren op school en dat ik in een activiteiten organisatie zit op de Welberg, anders had ik het gewoon aan me voorbij laten gaan.
Vroeger als puber vond ik het nog wel leuk. Je goot jezelf vol drank en ging vervolgens op jacht. Carnaval was hét evenement om contacten te leggen, om het even discreet te zeggen. Iedereen was vrolijk, praatte met je, omhelsde je, of kneep je in de billen. Gewoon één happy family. Dat duurde dan precies tot dinsdagavond. Want als je Jantje, Truusje of Klaasje een dag later tegenkwam, draaide hij of zij gewoon het hoofd om. Uhh, ken ik jou? Schijnheiligheid ten top vond ik het.
Ook Koos is geen carnavalsfanaat. Hoe dichter carnaval nadert, hoe sneller hij zijn krant leest. Al die verhalen over de Grootste Boer, Jantje Oorlog, de Leutpliesie en Steketee, daar snapt hij geen bal val. Hij ziet er werkelijk de humor niet van in. Trouwens, hij heeft zijn eigen carnaval. Een groot deel van het jaar rijdt hij zelf in een stoet der gekken. Regelmatig worden de mooiste toneelstukken opgevoerd en is het raden of je collega in de kopgroep zich nu wel of niet achter een masker verstopt. Ook hier voert de schijnheiligheid regelmatig de boventoon. Zo denk je een medestander in de koers te hebben gevonden en zo word je keihard door hem geflikt. Shit, je had even over zijn masker heen gekeken… En wat dacht je van al die roepende dopingzondaars: “Nee hoor, ik heb niks gebruikt. Dit kan gewoon niet.” Dit verschilt trouwens niet zoveel van een deel van de carnavalsgangers die luidkeels tegen hun partner roept: “Nee hoor, ik ben helemaal niet vreemd geweest. Dat was iemand anders met toevallig hetzelfde apenpakje aan als mij”.
Ja ja…
De meest in het oog springende carnavaleske figuur is momenteel Lance Armstrong. Na drie jaar afwezigheid keert hij terug in het peloton en vraag ik me af welk masker hij op heeft. Eén ding is zeker, de voorstelling die hij tot nu toe heeft gegeven is groots. Zijn carnavalsmotto? “Show me the money,” en daar kun je alle kanten mee op.
Lance wil, zegt hij, vooral publiciteit voor zijn strijd tegen kanker. Ik twijfel niet aan de bedoelingen van de beste man. Het overwinnen van deze ziekte gaat tenslotte niemand in de koude kleren zitten. Maar toch… hangt er een zweem van schijnheiligheid om hem heen. Volgens mij heeft deze killer een dubbele agenda en dat is het belachelijk maken van alle andere renners. Zeker in dit tijdperk, waar renners de dopingcontroleur meer zien dan hun eigen vrouw, wil hij bewijzen dat hij op zijn 37e nog steeds de beste ronderenner is van de hele wereld. Verteerd door alle dopinginsinuaties betreffende zijn persoon, gaat hij nog eenmaal de strijd aan om te laten zien dat hij ook in “het nieuwe wielrennen” gewoon zijn wedstrijdjes wint.
Ik ben benieuwd of het hem gaat lukken. Aan het einde van dit jaar zullen we het weten. Zal de grote Lance Armstrong de Prins zijn of wordt hij toch de Nar?
Edith Moerenhout